Graafschapsbode 13 september 1902: De nieuwe tram!

Graafschapsbode 13 september 1902: De nieuwe tram!
De stoomtram op de IJsselbrug

Op 10 september 1902 reed de eerste stoomtram tussen Zutphen en Doetinchem. In de krant van 13 september 1902 werd hier uitgebreid aandacht aan besteed. Overigens staat in dezelfde editie ook een verslag van de kermis die ook die week plaatsvond, waar niet gedanst werd vanwege een dans-staking. Daarmee is de krant een waarlijk genoegen om deze na 111 jaar nogmaals te lezen!

Woensdag jl. had de feestelijke opening plaats van het baanvak Zutphen —’s Heerenberg van den tramweg Zutphen-Emmerik.

De feestelijkheden bepaalden zich voor ditmaal tot een rit van Zutphen naar ’s Heerenberg voor de commissarissen, de directie, verschillende autoriteiten en genoodigden, gevolgd door een gemeenschappelijken maaltijd.Maar deze betrekkelijk bescheiden festiviteiten vormen, naar men ons mededeelde, nog slechts een voorproefje van hetgeen ons te wachten staat, wanneer eenmaal de geheele
lijn zal geopend worden. Dan zullen, zooals een der Duitsche heeren het aan den feestmaaltijd zoo welsprekend uitdrukte, de Duitsche broeders en zusters, hunne Nederlandsche vrienden met open armen ontvangen, terwijl de Nederlanders zeker niet zullen achterblijven ook hen wederkeerig met de meeste hartelijkheid welkom te heeten.

Stoomtram voor het station in Zutphen
Stoomtram voor het station in Zutphen

De afrit van den feesttrein van Zutphen was bepaald op 1 uur, en ten gerieve van de genoodigden uit andere plaatsen, liep in den voormiddag een trein, die hen naar dit punt van aanvang overbracht.

Zeker om het spreekwoord te illustreeren, dat het niet altijd voor den wind gaat, begon de tocht van Doetinchem met een klein oponthoud, daar een der wagens van den feesttrein bij het rangeeren een bokkesprong maakte, waardoor de voorwielen van den rechten weg afweken en op zijpaden geraakten, juist zooals dat bij menschen ook wel eens het geval is.

Spoedig was de jolige gast weer op het rechte pad gebracht en toonde thans de inzittenden, van welk ‘een soliede constructie en hoe keurig ingericht hij was.

Juist op dezen rit naar Zutphen, waarbij men alleen werd afgeleid door de schoone landstreek, die de tram doorsnijdt, was er ruimschoots gelegenheid om de keurige inrichting te bewonderen van de rijtuigen der nieuwe lijn.

Hoog, ruim, keurig afgewerkt, met banken in de lengte en overdwars, ‘met gesloten balcons waarin een viertal allerleukste zitplaatsen, leveren deze wagens een reisgelegenheid op, die zelfs den meest  verwenden reiziger reden tot tevredenheid geven. Wanneer men bovendien weet, dat de rijtuigen ’s winters met stoom worden verwarmd, dat zij van automatische remmen en van helder brandende lampen zijn voorzien, dan behoeft men er niet aan te twijfelen of het reizen er mede zal ook in het koude jaargetijde een uitspanning zijn.

Maar niet alleen het materiaal, ook het personeel ziet er keurig uit. De dofgroene uniform, met heldergroene uitmonstering, der conducteurs en de fluweelen pakjes der machinisten zien er keurig uit, terwijl de gebouwen, waar die nieuw verrezen zijn, een alleraangenaamsten indruk maken. De rit van Doetinchem naar Zutphen viel dan ook door al het nieuwe en schoone niet lang. Buiten de voormalige Hospitaalspoort, waar het station der tram verrijst, werd halt gehouden en van daar trok men te voet in optocht naar het hotel de Soleil, waar heeren commissarissen en directie zich met het Dagelijksch Bestuur van Zutphen aan een dejeuner vereenigden en waar ook de andere genoodigden door de goede zorgen van den hr. Wennips volop gelegenheid vonden, zich voor de verdere vermoeienissen van den
dag te versterken.

Nadat aan de eischen der maag was voldaan, werden ook de sluizen der welsprekendheid geopend. Aan het dejeuner van commissarissen nam de heer Storm Buysing, burgemeester van Zutphen het woord om den president-commissaris, den heer C. W. Vrijland, burgemeester van Hummelo en Keppel geluk te wenschen met het totstand komen van den tram, waarvoor deze zich zooveel moeite heeft gegeven, die voor het overgroote deel zijn werk is. Wel is er door sommigen getwijfeld of er ooit iets van te- recht zou komen, maar wie den heer Vrijland kenden waren overtuigd, dat hij niet zou rusten voor de zaak tot stand kwam, en in deze overtuiging is men niet teleurgesteld.

Nadat de heer Vrijland voor het gesprokene had bedankt, traden commissarissen de zaal binnen waar de overige genoodigden zich bevonden en waar de eerewijn werd rondgediend.

De heer Vrijland hield daarop de openingsrede, waarin hij ongeveer het volgende zeide:

Mijne Heeren!

In het laatst der vorige eeuw klaagden vele inwoners der gemeenten, gelegen aan den grintweg van Zutphen naar Emmerik, over hun geïsoleerden toestand, wat betreft de verschillende middelen van vervoer, terwijl zeer vele andere gemeenten, hetzij door een spoor of tram aan andere deelen des lands verbonden waren.

Maar wat hielp al dit geklaag, als men niet aan ’t werk toog, om te trachten daarin verbetering te brengen. Men scheen klaarblijkelijk daar tegen op te zien, tot eindelijk enkele ingezetenen van Humnielo in het logement „de Gouden Karper” bijeen werden geroepen om de wenschelijkheid en levensvatbaarheid van een aan te leggen stoomtram Zutphen-Emmerik te bespreken.

In die bijeenkomst werd besloten de ingezetenen der belanghebbende gemeenten op 23 Mei 1891 bijeen te roepen te Hummelo. En ziet, tot aller genoegen kwamen vele belangstellende ingezetenen van Zutphen, Warnsveld, Steendcren, Hummelo en Keppel, Doetinchem, Bergh en Emmerik op, om den tramaanleg Zutphen-Emmerik te bespreken.

Op 16 Juni 1891 werd op verzoek een vergadering gehouden van belangstellenden te Zutphen; veel werd daar gesproken, en vooral ook over de Duitsche toestanden, en tot ons genoegen hoorden we door wijlen onzen vriend den heer Bock, namens zijn mede-vertegenwoordigers zeggen: „wat Zutphen doet, zal Emmerik ook doen”.

Tusschen 1891 tot op heden is er veel gepraat en veel geschreven en vergadering op vergadering gehouden door de comitéleden. Ik zou te langdradig worden, indien ik dit alles hier in herinnering bracht en sla met het oog daarop een groot tijdvak over. Nadat op 20 Oct. 1900 de Naaml Vennootsch. was opgericht, en Commissarissen waren gekozen en in een latere vergadering van aandeelhouders een directeur was benoemd, is er in 1901 en 302 hard gewerkt. Daarvan mijne heeren ziet men thans de resultaten. Wij zijn immers hedenmorgen hier ter stede gekomen met de stoomtram vanaf ’s Heerenberg en nu zijn ons in dat alles behulpzaam geweest in de eerste plaats ’s Landsen de Provinciale regeering en niet het allerminst de Gemeentebesturen, met uitzondering van Warnsveld, die een afvallige is geworden. Maar Ambt-Doetinchem is gewonnen. Van de gemeenten zag de eene veel beter zijn belangen in dan de andere. Voor dien financiëelen steun zeg ik bij dezen de gemeentebesturen namens het Oud-Comité .en Commissarissen onzen hartelijken dank en hoop dat hun loffelijk streven moge leiden tot meerderen bloei en welvaart hunner gemeenten. Verder een woord van dank aan onzen Ingenieur, den heer Cramer, en onzen wakkeren Directeur den heer Loep.

Den heer Cramer wensch ik toe, dat hij op vele plaatsen nog mag geroepen worden om plannen in gereedheid te brengen voor den aanleg van trambanen, en den heer Loep wensch ik toe dat hij een reeks  van jaren aan de lijn werkzaam moge zijn. Verder mijne Heeren een woord van welgemeenden dank aan allen, die, hetzij financieel of op andere wijze hebben medegewerkt tot het tot stand komen der tramlijn Zutphen-Emmerik en dat wij allen onder het genot van een goede gezondheid de streek menigmaal met het ijzeren ros mogen doorvliegen, hetzij voor zaken, hetzij voor genoegen. Ten slotte wensch ik ons zelven, maar vooral ook de Emmeriksche ingezetenen, dat ook zij spoedig het ijzeren stoomros door hun stad mogen zien rijden, doch ik twijfel geenszins of dat gedeelte weg zal ook spoedig in orde komen; voorloopig een woord van dank aan diegenen te Emmerik, die altijd de belangen van den tramaanleg zoo warm hebben behartigd.

De stoomtram zou Emmerik op 22 mei 1903 bereiken
De stoomtram zou Emmerik op 22 mei 1903 bereiken

En nu moet ik ten slotte van de tram afdwalen en de heeren Storm Buysing, Klaassen en Sölner mijn persoonlijken dank betuigen voor de wijze waarop zij mij indertijd behulpzaam zijn geweest tot het weder in ’t leven roepen van een beheer over den heerloozen grintweg Zutphen-Emmerik. Het is de heeren bekend, dat wij onder het beheer van het nieuwe bestuur de concessie hebben verkregen om onder zekere voorwaarden een trambaan te mogen leggen over den berm van den grintweg Zutphen — Emmerik.”

Deze rede werd door de aanwezigen met groote aandacht aangehoord en daverend toegejuicht.

Ondertusschen had zich voor het hotel eene onafzienbare menigte verzameld en liet het muziekcorps der d.d. Schutterij onder directie van den hr. Groenheim zijne op- wekkende klanken hooren.

Langzaam, zich door de menschenmassa voortschuivend, reden thans de twee feesttrams voor, waarvan de eene werd geleid door den stationschef van Doetinchem, den hr. Feenstra, en de tweede door den chef van Zutphen den hr. Resink.

De feestgenooten namen plaats in de waggons, het muziekcorps op een open, keurig versierden goederenwagen en nadat een fotograaf van het geheel met den raad van commissarissen op den voorgrond een kiekje had genomen, zetten de trammen zich langzaam in beweging en begon de eigenlijke feesttocht, uitgeleide gedaan door een goed deel van Zutphens ingezetenen.

Naarmate de volksmenigte dunde, begon de tram meer vaart te nemen en spoedig was men tot de eerste halte, Baak, genaderd, waar de reizigers met de opwekkende tonen van het Baaksche fanfarecorps werden ontvangen en waar zich een groot aantal bewoners der buurt verzameld hadden.

De hr. Planten, burgemeester der gemeente Steenderen, waartoe ook Baak behoort riep de tram bij haar komst in zijn gemeente het welkom toe en schetste den tijd toen er tusschen Zutphen en Emmerik niet eens een harde weg bestond, maar men bij de Bronsbergen, bij de Torenallee door de taaie klei moest baggeren.

Bij den wensch dat de tram moge bloeien, wenscht hij daarop in het bijzonder den hr. Vrijland geluk, die thans zijn jarenlang streven ziet bekroond. Moge de tram strekken tot zegen van de gemeente, tot zegen van het reizend publiek, tot zegen van de schoone landstreek die ze doorsnijdt, zoo eindigt spre- ker zijne rede, die door de toehoorders hartelijk wordt toegejuicht en door de muziek
met een „Lang zal hij leven” wordt begroet.

Ondertusschen hadden zich commissarisen aan de andere zijde van de tram in het koffiehuis van den hr. Hetterscheidt verzameld, waar de hr. Helmich van Baak, commissaris voor Steenderen, zijn  mede-commissarissen en speciaal den hr. Vrijland toesprak en den eerewijn deed rondgaan.

Spoedig werd weer ingestapt en voort ging het weer voorbij de bijzondere school aan den Toldijk, waar de schooljeugd de tram even als ’s morgens luide toejuichten, naar den Bremer, waar een fraaie  eereboogden tramweg overspant, en waar het muziekcorps „Crescendo” in zijn met bloemen en groen versierde muziektent de volksliederen luide doet weerklinken.

De stoomtram bij Den Bremer in Toldijk
De stoomtram bij Den Bremer in Toldijk

Ook hier wordt weder de eerewijn aangeboden en de heer Vrijland neemt deze gelegenheid te baat, om den burgemeester van Steenderen toe te spreken en uit den wensch, dat de tram Zutphen—Emmerik ook moge strekken tot bloei der gemeente. Hij hoopt dat wanneer eenmaal de tram Zutphen Hengelo wordt aangelegd, deze doorgetrokken zal worden òf naar Steenderen òf naar Hummelo, dan zal, zoo merkt spreker een weinig ondeugend op, ook Warnsveld nog van de tram kunnen profiteeren.

De laatste zinsnede wordt met gelach begroet, terwijl de geheele rede daverend wordt toegejuicht.

Thans gaat het verder naar Hummelo, waar het juist kermis is. Even voor de plaats houdt de tram stil en stappen commissarissen en genoodigden uit, waarop allen, voorafgegaan door de muziek van Doetinchem onder leiding van den heer Wennink, en omringd door de juichende kermisvierders, tot bij het logement de Karper wandelen, waar halt gehouden wordt.

De hr. Vrijland zegt, dat hij als burgemeester van de plaats hier moeilijk, zooals zijne collega’s voor hem deden, het woord kan voeren, waarop de hr. Mulder wethouder der gemeente Hummelo en Keppel, die taak overneemt en den heer Vrijland in hartelijke woorden geluk wenscht met de verwezenlijking zijner plannen en de gemeente met het tot stand komen van dezen tramweg, die het gedeelte der gemeente, dat tot heden eenigszins geïsoleerd lag, ook zal doen profiteeren van de voordeelen, die voortvloeien uit de aansluiting aan het ijzeren net.

Hierop spreekt de hr. J. Rutgers Jzn. uit Zutphen namens zijne medecomissarissen den hr. Vrijland toe, hem hulde brengende voor de wijze, waarop hij jaren lang en in spijt van teleurstellingen, die ook niet uitbleven heeft gearbeid aan de tot stand koming van de tram. Thans zijn de moeilijkheden overwonnen en de hr. Vrijland mag met trots terugzien op zijn werk.

Hierop werden de zitplaatsen weder ingenomen en ging het verder langs het rijksopvoedingsgesticht „de Kruisberg”, waar de kweekelingen op het voorplein geschaard stonden, naar „Lubbers,” waar de hr. C. B. W. Kehrer, burgemeester van Ambt-Doetinchem, tot welke gemeente men thans was genaderd het woord nemende er op wees, dat zijne gemeente betrekkelijk weinig belang had bij den tram, wat niet wegnam, dat hij namens haar de beste wenschen koesterde voor haar welzijn.

De hr. Vrijland, hierop antwoordende, dankt den hr. Kehrer voor de medewerking van hem en zijne gemeente genoten; al kwam deze ook wat laat, toch deed zij weldadig aan, waar andere gemeenten zich terugtrokken (Gelach; er wordt geroepen: Warnsveld) en de goede zaak afvallig werden.

Wederom zette de tram zich in beweging en binnen enkele minuten bereikt zij, ontvangen door eene talrijke menigte, de plaats onzer inwoning, waar allen zich op het ruime stationsemplacement nabij de fraaie eerepoort om het dagelijksch bestuur van Stad-Doetinchem verzamelen, terwijl de burgemeester jhr.mr. D. J. A. A. van Lawick van Pabst op welsprekende wijze de voldoening zijner gemeente schetste over het totstandkomen van deze tram. Al heeft Doetinchem, zoo vervolgde spreker ongeveer, niet zooveel belang bij dezen nieuwen verkeersweg als andere aangelegen gemeenten, daar het reeds op verschillende wijze aan het groote ijzeren net is aangesloten, toch ziet het deze nieuwe verbinding met vreugde geopend worden, daar zij deze gemeente eenerzijds met Duitschland, speciaal met Emmerik, anderzijds met Zutphen verbindt en dus met recht gezegd kan worden te voorzien in eene langgevoelde behoefte.

Ook hier zegt de hr. Vrijland dank voor het gesprokene. Nadat de machines op hun beurt hun dorst gelescht hadden, werd de tocht voortgezet, begeleid door een talrijke menigte, die al loopende genoot van de tonen der muziek in haar versierden wagen.

De stoomtram op de IJsselbrug
De stoomtram op de IJsselbrug

Langs de Gaswal ging het naar de IJssel- brug; de sterke bocht waarbij zoo menig Doetinchemmer hoofdschuddend heeft beweerd, dat de tram er daar zeker uit zou gaan — werd zonder eenig ongeval genomen en bleek lang zoo kwaad niet te zijn en daarop ging het met volle kracht door Wijnbergen en langs Zeddam, waar een oogenblik werd gewacht om den volgtrein, wier machine blijkbaar erg dorstig was geweest, in te wachten, naar ’s Heerenberg.

Zoowel het schoone landschap, dat, hoe meer men ’s Heerenberg nadert, een geheel ander karakter aanneemt, als het eigenaardige, meer Duitschen type van een groot deel der bevolking, lieten niet na op de feestelingen, voor zoover zij hier niet of slechts weinig bekend waren, een diepen indruk te maken.

Weldra verkondigden heldere klokketonen, dat ook hier blijdschap heerscht over de tot standkoming van den tram. De geheele stad scheen leeggeloopen en een talrijke menigte op eerbiedigen afstand  gehouden, door de kranige gemeente- en rijkspolitie, begeleidde de tram op haar tocht door de stad naar de gebouwen van de tram aan den weg naar Emmerik.

Alles getuigde hier van de groote krachtsinspanning, waarmede hier gewerkt werd, om in weinige dagen met het leggen van de baan, dat door de bekende botsing tusschen de directie van de tram en het  gemeentebestuur zoo lang was tegengehouden, klaar te komen.

Overal lagen nog hoopen puin en waren de straten opgebroken; men wees elkaar den beruchten tuin van de wed. Thuis, thans door eene primitieve heining van den weg, die thans zeker breed genoeg is, afgescheiden. Maar thans behooren al die strubbelingen tot de geschiedenis en trokken de ingezetenen van de tram en de ingezetenen van ‘s-Heerenberg, voorafgegaan door de muziek, broederlijk naar de stad terug, waar van uit de veranda van het café Bosman, de burgemeester de heer J. N. van Hugenpoth tot Aerdt het woord nam om ook zijne voldoening met de totstandkoming van de tram uit te spreken, daarbij den uitende, wensch dat ook de verbinding met Emmerik spoedig tot stand zou komen.

De heer Vrijland dankt ook hier voor het gesprokene.

Na een kort oponthoud, waarvan de meeste reizigers gebruik maakten om hun dorst te lesschen en een praatje te maken met de vriendelijke juffrouw Bosman, die de dubbeltjes in ontvangst nam en zich tegenover ons beklaagde over de ongesteldheid die haar dwong steeds een zittend leven te leiden en niet een meer werkzaam deel aan de behartiging harer zaak te kunnen nemen, ging het weer naar  Doetinchem terug.

Daar verzamelden zich een groot deel der tochtgenooten aan een feestmaaltijd, die door den heer H. Revelman uit Zutphen was geleverd. — (Waar blijft de aloude roem der Doetinchemsche koks?) en welke in de groote zaal van de Societeit „de Vriendschap” werd gehouden.

Natuurlijk ontbrak het ook hier niet aan toosten, waarvan wij door onze beperkte plaatsruimte slechts enkele kunnen aanstippen. Wij vermelden dan ook alleen den toost van den heer Vrijland op H. M. onze ge-eerbiedigde Koningin, die van de heeren Steinbach en Sparmann op de goede verstandhouding tusschen Duitschland en Nederland, waarbij de eerste een enkel woord wijdde aan de nagedachtenis van wijlen burgemeester Bock van Emmerik, die zooveel voor de totstandkoming der tram deed, maar deze niet mocht beleven.

In een eindelooze rij volgden de verschillende sprekers elkaar op, de vele en goede woorden door hen gesproken, zouden zeker ook vermelding verdienen, maar onze ruimte laat, zooals wij reeds zeiden, niet toe daarvan verder melding te maken.

Te ongeveer half elf hief de hr. Vrijland de tafel op en spoedig daarna brachten een tweetal trams de deelnemers in de richting Zutphcn en ’s Heerenberg huiswaarts.

* * *

Wij zouden hiermede kunnen eindigen, ware het niet dat wij met een enkel woord protest moeten aanteekenen tegen de behandeling door de vertegenwoordigers der pers van de zijde van het comité voor den feestmaaltijd ondervonden.

Terwijl de genoodigden voor den feestrit tevens een uitnoodiging voor den feestmaaltijd ontvingen, werden de redacties der bladen daarvan uitgesloten en toen zij eindelijk, dank zij de tusschenkomst van den hr. Rutgers uit Zutphèn, commissaris van de tram, werden toegelaten, geschiedde dit op eene wijze, die wij hier niet nader zullen bespreken.

Wij zullen over deze onaangename zaak niet verder uitweiden, maar sluiten ons aan bij hetgeen onze collega van de (oude) Zutphensche Courant, daaromtrent uit allernaam in zijn blad van heden (Vrijdag) zegt. Alleen willen wij nog onzen welgemeenden dank brengen aan den hr. Rutgers voor zijne welwillendheid ten opzichte van de pers betoond.

Getagd met , ,

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

*

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.